Meester Frederick Leopold van Planckensteijn zat eens in de schaduw van een appelboom naar een appelpitje in zijn hand te staren. Toen kwam er een jongeman aanlopen, die zei: "Meester, kunt u mij het verschil vertellen tussen de Torah en het evangelie?"
En de meester antwoordde: "Ja, dat kan ik wel. Maar eerst, vertel me, wat is het verschil tussen een dood vogeltje?"
De jongen haalde zijn schouders op en zei: "Kweenie."
En de meester zei: "Zijn ene poot is even lang." "Meester!" riep de jongen, "waarom kunt u nou nooit eens gewoon direct antwoord geven op een vraag?"
En de meester zei: "Wat is uw vraag?"
En de jongen gilde: "Het verschil tussen Torah en evangelie!"
De meester bracht langzaam zijn hand omhoog, op de palm lag het pitje. "Torah," zei de meester.
En met zijn andere hand wees hij over zijn schouder naar de appelboom. "Evangelie," zei hij.
Toen duwde hij het pitje met z'n duim de aarde in en hij veegde wat grond over het gat en klopte het aan. "Golgotha," zei hij toen.